
Op de persruimte zorgen de niet-compatibele UV-lampen er niet alleen voor dat er te veel energie wordt verbruikt, maar ze beïnvloeden ook het behandelproces negatief. Als je een vervangende lamp gebruikt die niet overeenkomt met de stroomvoorziening van de machine, zal de spectrale uitstoot afwijken, de piekintensiteit dalen en zal de reactie van de fotoinitator onvoorspelbaar worden. Hierdoor ontstaan er problemen als slechte hechting, restanten op het product en veel afval.
Wat echt belangrijk is Onze vervangende lampen voor Fusion-systemen zijn ontworpen met oog voor elektrische compatibiliteit. We stellen de interne spanning en impedantie af op die van de specifieke Fusion-stroomvoorziening, zodat de lamp binnen zijn maximale capaciteiten kan werken. De kwartsbuis zorgt ervoor dat de uitstoot stabiel blijft over het gewenste spectrum – meestal 365nm, 385nm en 405nm. De reflectorgeometrie en de dichroïsche laag zorgen er weer voor dat de intensiteit gelijkmatig wordt verdeeld over het oppervlak. We geven de uitstoot aan in mJ/cm² en de piekintensiteit in W/cm², zodat je de prestaties van de lamp rechtstreeks kunt koppelen aan de samenstelling van de inkt en de productiesnelheid.
Het is belangrijk om de lamp goed af te stemmen op de machine. Hierdoor kan de lamp niet te weinig of te veel energie leveren. Dit zorgt voor consistente resultaten, minder variatie tussen verschillende producties en minder energieverbruik. Bovendien duurt de levensduur van de lamp langer, omdat de elektroden op de juiste temperatuur blijven. In praktijk betekent dit minder storingen, constante printkwaliteit en planning mogelijkheden voor onderhoud.
Er zijn een paar dingen waar je rekening mee moet houden voordat je een lamp vervangt. Je hebt nauwkeurige gegevens over de machine nodig: de maximale vermogenswaarde, de spanning bij een open circuit en de stroomlimieten. Controleer ook of de type connector en de lengte van de buis goed zijn, zodat de lamp op de juiste plaats in de reflectorkamer past. Als je in ozonvrije modus werkt, heb je misschien een speciale afvoer voor ozon nodig. Controleer altijd de spectrale uitstoot en de dosis met een radiometer voordat je begint met produceren. Zorg er ook voor dat het startprotocol van de lamp overeenkomt met dat van de controller, om te voorkomen dat de lamp eerder wordt aangestoken.