
Op de persvloer werkt een zwakke lamp niet meer zo goed. De problemen ontstaan meestal op de randjes van het product. Er kunnen problemen zijn met de etiketten, of met de lijmlaag die niet goed hecht aan het product. Meestal komt dit door dezelfde oorzaak: de afname van de prestaties van de kwiklamp. Naarmate de lamp ouder wordt, verandert de spectrale uitstraling en neemt de maximale straling af. Hierdoor wordt het moeilijker om het product goed te houden. We maken vervangende kwikUV-lampen om deze negatieve effecten tegen te gaan en om een constante straling te behouden.
Wat echt belangrijk is, is de energiedichtheid op het product, en niet de nominale vermogenswaarde op het etiket. We proberen het spectrale profiel van de originele lamp na te bootsen, zodat de straling constant blijft over het hele UVA-spectrum. Hierdoor kan de fotoinitiator zijn werk goed uitvoeren.
De kwartsbuis heeft dezelfde afmetingen als de originele lamp, en de reflector blijft op dezelfde plek. Hierdoor blijft de straling constant gedurende de levensduur van de lamp. De spectrale veranderingen zijn minimaal, en het eindresultaat is voorspelbaar. De geïntegreerde dichroïsche coatings zorgen voor een goede afvoer van warmte, zonder dat de UV-straling wordt verminderd. Bovendien zorgt het gebruik van ozon-vrije technologie ervoor dat de lamp koeler en schoner blijft.
Waarom dit belangrijk is in de praktijk: bij UV-offset-, flexo- en screendruk wordt de druksnelheid bepaald door de snelheid waarmee het product wordt gehard. Als je de prestaties van de lamp weer op het gewende niveau brengt, kun je de gewenste druksnelheid behouden. Je hoeft de machine dan niet meer te vertragen om het product te laten harden. Ook worden onnodige stilstanden vanwege lampwisselingen verminderd, waardoor er minder afval ontstaat. De energieverbruik neemt af, omdat de efficiëntie van de reflector behouden blijft. De thermische eigenschappen van de lamp blijven binnen de mogelijkheden van de printer.
Voordat je een lamp vervangt, moet je eerst controleren wat de type connector, de lengte van de buis en de vereiste stroomsterkte zijn. Op sommige machines moet je de dosiscurve herkalibreren nadat de lamp is vervangen, zodat deze overeenkomt met het nieuwe spectrale profiel van de lamp. Controleer ook of de lamp compatibel is met de sluitertijd, de koelingsluchtstroom en het aantal sluitingen. Anders riskeer je overmatige thermische belasting.